3. Werken met namespaces

3. Namespaces

Een namespace of naamruimte gebruiken we om conflicten in de betekenis van elementen te vermijden.
bv: een model kan zowel een persoon als een auto of een ander object zijn.

Je declareert de URI (Uniform Resource Identifier) van de namespace in de begintag van een element als een attribuut dat begint met xmlns:
<elementNaam xmlns:prefix="URI">

De enige voorwaarde voor de URI is dat het een unieke naam is.
Dikwijls wordt hiervoor een URL gebruikt die verwijst naar een webpagina met meer uitleg over de gebruikte vocabulaire.

Bij elk child element dat tot de namespace behoort zet je dan de prefix: prefix:elementNaam

De declaratie van de namespace kan in de begintag van de document root, het document element of een child element.
Houd er wel rekening mee dat alleen de child elementen van het element met de declaratie tot de namespace kunnen behoren.

Het is toegelaten om in één document meer namespaces te declareren en gebruiken.

Bekijk de broncode van dit voorbeeld met drie namespaces.

Default namespaces

Om niet bij elk child element de prefix te moeten vermelden, kan je een default namespace declareren.
Syntax: <elementNaam xmlns="URI">

De child elementen behoren dan automatisch bij de gekozen namespace.

Wat met attributen?

Attributen kan je tot een namespace laten behoren met het juiste prefix, maar zonder prefix behoort een attribuut tot geen enkele namespace, ook niet de default.

Bekijk de broncode van dit voorbeeld met een default namespace en attributen met namespaces.

3.0. Leeg