3. Functies

Je kan scripts gewoon in de body tussen de HTML-tekst typen.
Maar dit is in feite onduidelijk en bovendien moet je de code telkens kopiëren als je ze opnieuw nodig hebt.

Oplossing: verzamel een groep statements in een functie en zet die in een script.
Of in een apart bestand met extensie .JS, dat je aanroept in de header: <script src="bestand.js"></script>

3.1. De syntaxis van functies

syntaxis:   function functieNaam() {
  statement1;
  statement2;
... }

Op het moment dat de code uitgevoerd moet worden, roep je de functie aan met functieNaam().

Bekijk bv. de broncode van dit voorbeeld, waar een functie aangeroepen wordt als de gebruiker op de plus- of min-knop klikt.

3.2. Functies met parameters

Tussen de functiehaakjes kan je parameters (eigenschappen, argumenten) doorgeven.

In het rekenvoorbeeldje hierboven staan twee functies die hetzelfde zijn op één regel na.
Dan maken we er beter één functie van met een parameter en een voorwaarde.
In deze broncode zie je de uitwerking.

Je kan trouwens meer dan één parameter doorgeven aan een functie.
Bekijk maar eens de broncode van volgend voorbeeld.

3.3. Functies met terugkeerwaarde

Het statement return kan je gebruiken om de functie op dat punt te stoppen én om een resultaatwaarde te 'retourneren', terug te geven aan de 'aanroeper'.

Bijvoorbeeld:
function derdeMacht(x) {
  return x*x*x;
}

roep je aan met: var macht = derdeMacht(3);

Bekijk ook de broncode van dit voorbeeld.

Of wil je graden Fahrenheit omrekenen naar Celsius?
function naarCelsius(f) {
  return (5/9) * (f-32);
}

3.4. Standaardfuncties

Je moet ook niet alle functies zelf maken; JavaScript bevat verscheidene standaardfuncties.
Zoals:

3.5. Functies met foutcontrole

Als een fout optreedt, zal JavaScript een foutboodschap genereren, "throws an error". Zo'n fout kan je opvangen, "catch" en afhandelen.

Syntaxis: function functieNaam() {
   try {
     //uit te voeren statement(s)
   } catch(err) {
     //foutboodschap en foutafhandeling
   }
}